Inhoudsopgave
Een goede badkamerindeling begint met een plattegrond waarop je de deur, ramen, leidingen en gewenste onderdelen intekent. Zet eerst de douche, het toilet en de wastafel op een logische plek en zorg dat je er gemakkelijk bij kunt. Wat daarna nog past, zoals een bad of extra kast, hangt af van de vorm van de ruimte en de vrije loopruimte.
Badkamer indeling maken: begin met meten
Meet de lengte en breedte van de ruimte en teken de muren op schaal. Zet ook de deur en de draairichting op de plattegrond. Een deur die naar binnen draait, gebruikt namelijk ruimte die je niet tegelijk voor een kast of douchewand kunt gebruiken.
Noteer daarna de plekken die de indeling beïnvloeden:
- Ramen en de richting waarin ze opengaan.
- Een schuin dak, nis, koof of uitstekende muur.
- Bestaande waterleidingen en afvoeren.
- De aansluiting voor ventilatie en de plek van de verwarming.
- Stopcontacten en lichtpunten.
Maak vervolgens een lijst van je wensen. Is een toilet in de badkamer nodig? Wil je tegelijk met iemand anders de wastafel kunnen gebruiken? En gebruik je een bad vaak genoeg om er ruimte voor vrij te maken? Door die keuzes eerst te maken, voorkom je dat de indeling vol raakt met onderdelen die je weinig gebruikt.
Maak ruimte om te bewegen
Een badkamer kan op papier vol staan met passend sanitair, terwijl hij in gebruik toch onhandig is. Teken daarom niet alleen de meubels en het sanitair, maar ook de ruimte die je ervoor nodig hebt. Denk aan staan bij de wastafel, afdrogen na het douchen en gaan zitten op het toilet.
Als praktische richtlijn kun je voor de vrije ruimte vóór een wastafel of toilet ongeveer 60 centimeter aanhouden. Meer ruimte is prettig als je met meerdere mensen tegelijk in de badkamer bent. De ruimte vóór verschillende onderdelen mag elkaar deels overlappen, zolang je ze niet tegelijk hoeft te gebruiken.
Let ook op bewegende onderdelen. Een lade die tegen de douchewand komt of een douchedeur die de badkamerdeur raakt, maakt een indeling minder praktisch. Een schuifdeur of een deur die naar buiten opent kan ruimte schelen, als de situatie buiten de badkamer dat toelaat.
De plek van douche, wastafel en toilet
Begin bij het indelen met de onderdelen die de meeste invloed hebben op de rest. De douche heeft een afvoer nodig en vormt de natste plek van de ruimte. Een plek in een hoek of langs een wand maakt het vaak eenvoudiger om spatwater af te schermen. Een glazen wand houdt het zicht open, maar heeft zelf ook een vaste plek nodig.
De wastafel werkt prettig op een goed bereikbare plek, met ruimte om ervoor te staan. Denk bij de plaatsing ook aan de spiegel en verlichting. Een raam kan mooi licht geven, maar beperkt soms de plek voor een spiegel of hoge kast.
Een toilet plaats je bij voorkeur niet direct tegenover de ingang als er een andere plek mogelijk is. Een lage wand of een meubel kan wat privacy geven, maar neemt ook ruimte in. Teken bij een wandtoilet de ombouw van het reservoir mee: die bepaalt mede hoeveel ruimte het geheel inneemt.
Een bad langs de muur is meestal eenvoudiger in te passen dan een vrijstaand bad. Rond een vrijstaand model heb je extra ruimte nodig om erbij te kunnen en schoon te maken. Wil je zowel een bad als een douche, dan kan een douche in het bad een oplossing zijn. Dat vraagt wel om een hogere instap dan een douche op vloerniveau.
Welke indeling past bij de vorm van je badkamer?
Niet alleen het aantal vierkante meters telt. De vorm van de ruimte en de plek van de deur bepalen hoeveel bruikbare wanden je hebt.
- Vierkante ruimte: verdeel douche, toilet en wastafel over de wanden en laat het midden zo veel mogelijk vrij. Een hoekdouche kan ruimte overlaten voor de andere onderdelen.
- Smalle, langwerpige ruimte: plaats onderdelen waar mogelijk langs één wand. Zo blijft een duidelijk looppad over. Een douche aan het einde van de ruimte kan praktisch zijn, mits de toegang niet wordt geblokkeerd.
- Ruimte met een schuin dak: gebruik het lage deel voor een bad of opbergruimte. Voor een douche en een wastafel is voldoende stahoogte nodig.
- Ruime badkamer: verdeel de ruimte in zones voor wassen, douchen en eventueel baden. Een tussenwand kan privacy geven, maar plaats die zo dat daglicht en looproutes behouden blijven.
Een nis lijkt een logische plek voor een kast of douche, maar meet ook de opening ervan. Een meubel moet niet alleen in de nis passen, maar er ook doorheen kunnen en bruikbaar zijn zodra het staat.
Voorbeelden van een praktische badkamerindeling
Met douche en toilet: zet de douche in een hoek, de wastafel op een bereikbare plek naast de ingang en het toilet aan een andere wand. Laat de vrije ruimte ervoor waar mogelijk samenvallen. Deze opzet werkt vooral als de deur niet tegen het meubel of toilet draait.
Met bad en douche: plaats het bad langs een lange wand en gebruik een andere hoek voor de douche. Past dat niet met voldoende bewegingsruimte, dan is douchen in bad een alternatief. Je levert daarbij het gemak van een aparte douche in.
Voor meerdere gebruikers: een breed meubel of twee wastafels kan handig zijn als je vaak tegelijk in de badkamer staat. Zorg dan ook voor voldoende ruimte vóór het meubel. Anders heb je wel twee kranen, maar sta je elkaar alsnog in de weg.
Dit zijn uitgangspunten, geen vaste plattegronden. Teken de werkelijke maten van de producten en de ruimte in om te zien welke combinatie bij jouw badkamer past.
Leidingen, ventilatie en opbergruimte inpassen
De bestaande afvoer bepaalt mede welke indelingen haalbaar zijn. Sanitair dicht bij de huidige aansluitingen plaatsen betekent vaak minder aanpassingen. Wil je het toilet of de douche verplaatsen, dan moet de nieuwe afvoer technisch passen en goed kunnen aflopen. Een installateur kan beoordelen wat in jouw vloer en wanden mogelijk is.
Geef ook ventilatie een plek in het plan. Vocht moet na het douchen weg kunnen, bijvoorbeeld via een ventilatiesysteem of een raam dat open kan. Plaats meubels niet zo dat ze een ventilatieopening blokkeren. Voor verlichting en stopcontacten gelden veiligheidsregels vanwege vocht en water. Laat de plaatsing daarvan beoordelen door een vakman.
Opbergruimte hoeft niet ten koste te gaan van de looproute. Een spiegelkast benut de wand boven de wastafel en een ondiepe kast kan passen waar een diep meubel in de weg staat. Teken ook de ruimte mee die nodig is om deuren en laden te openen.
Veelgestelde vragen over de badkamerindeling
Wat zet je als eerste op de plattegrond?
Zet eerst de vaste beperkingen erop, zoals de deur, het raam en de afvoeren. Plaats daarna de douche en de andere grote onderdelen. Zo zie je hoeveel ruimte overblijft voor meubels.
Kan een badkamer van ongeveer 4 m² een bad hebben?
Dat kan, maar het hangt sterk af van de vorm van de ruimte en de plek van de deur. Een compact bad of een combinatie van bad en douche kan passen. Teken ook het toilet, de wastafel en de benodigde bewegingsruimte mee voordat je beslist.
Is een inloopdouche altijd de beste keuze?
Nee. Een inloopdouche geeft een open gevoel, maar heeft voldoende afscherming en een goed aflopende vloer nodig om water buiten de doucheruimte te beperken. Een cabine kan handiger zijn als je spatwater beter binnen de douche wilt houden.
Leg je favoriete indeling ten slotte op ware grootte uit met schilderstape of karton. Loop van de deur naar de douche en ga denkbeeldig voor de wastafel staan. Zo merk je snel of de indeling niet alleen op papier, maar ook in dagelijks gebruik prettig is.