Inhoudsopgave
Een kleine badkamer met inloopdouche is vaak mogelijk door de douche in een hoek te plaatsen en te kiezen voor een glazen wand. Zo blijft de ruimte overzichtelijk en neemt de afscheiding weinig plaats in. De beste opstelling hangt vooral af van de plek van de deur, de afvoer en een eventuele wc.
Hoeveel ruimte heeft een inloopdouche nodig?
Reken voor prettig douchen bij voorkeur op een doucheplek van ongeveer 90 bij 90 centimeter. Rond 80 bij 80 centimeter kan ook, maar dan heb je minder ruimte om je te bewegen. Dit zijn richtmaten, geen garantie dat de douche past: ook de ingang en de ruimte voor de wastafel en wc tellen mee.
Maak op de vloer met schilderstape zichtbaar waar de douchewand komt. Loop daarna van de deur naar de wastafel en probeer of je de douche gemakkelijk in en uit kunt. Kijk ook of de deur van de badkamer en eventuele kastdeurtjes nog open kunnen.
In een badkamer van ongeveer 2 m² kan een open inloopdouche lastig zijn, zeker als er ook een wc staat. Een compacte douche met vouwdeur kan dan praktischer zijn. Bij ongeveer 3 m² zijn er vaak meer mogelijkheden, al blijft de vorm van de ruimte bepalend.
Een kleine badkamer met inloopdouche en wc
Plaats de douche bij voorkeur aan het einde van de ruimte of in een hoek. Zo blijven de route naar de wc en de ruimte voor de wastafel vrij. Een glazen wand tussen de douche en de wc helpt om spetters tegen te houden zonder het zicht af te sluiten.
Let op de richting van de douchekop. Richt de waterstraal naar een dichte muur en niet naar de opening of de wc. Staat het toilet toch dicht bij de douche, dan kan een langere wand of een afsluitbare douche prettiger zijn dan een volledig open ingang.
Heb je geen wc in de badkamer? Dan kun je de vrijgekomen plek gebruiken voor meer bewegingsruimte bij de douche. Maak de douchewand niet automatisch langer: er moet ook een bruikbare ingang overblijven.
Glaswand, muurtje of vouwdeur?
De afscheiding bepaalt hoeveel ruimte je overhoudt en hoeveel water buiten de douche terechtkomt. Dit zijn de belangrijkste keuzes:
- Vaste glaswand: laat licht door en neemt weinig ruimte in. Bij een korte wand kunnen wel spetters op de rest van de vloer komen.
- Vouwdeur: sluit de douche beter af en kan na gebruik worden ingeklapt. Je hebt wel meer scharnieren en randen om schoon te maken.
- Gemetseld muurtje: biedt privacy en kan ruimte geven aan een nis. Het is dikker dan glas en kan een kleine ruimte donkerder laten lijken.
Een volledig open douche zonder wand houdt het zicht vrij, maar is in een kleine badkamer niet altijd handig. Water kan dan gemakkelijk bij het badkamermeubel of de deur komen.
Waterafvoer en opbergruimte bij de douche
Een vlakke douchevloer oogt rustig en is gemakkelijk te betreden. De vloer moet wel naar de afvoer aflopen, zodat het water niet naar de rest van de badkamer stroomt. Onder de tegels zijn ook een waterdichte laag en goed afgewerkte aansluitingen nodig. Laat beoordelen of er genoeg ruimte is voor de afvoer. Als dat niet zo is, kan een lage douchebak een oplossing zijn.
Een nis in de wand houdt flessen uit de loopruimte. Die kan alleen als de wand er geschikt voor is. Kan een nis niet, kies dan een ondiep douchemandje op een plek waar je er niet steeds tegenaan stoot.
Een kleine badkamer met inloopdouche werkt het prettigst als je vóór het plaatsen zowel de doucheplek als de ingang op de vloer uittekent. Zo zie je waar een wand spetters tegenhoudt en waar je ruimte nodig hebt om binnen te stappen.